Vroeger was alles beter… geschiedenis van astma

Geschreven door Longzusje Martine

Gepubliceerd op 19 januari 2021

De geschiedenis van astma, deze chronische longaandoening heeft al een hele reis achter de rug,  en werd al gauw duidelijk dat astma niet in een hokje te plaatsen valt!

De jaren vijftig

Asthma bronchiale was een aandoening die in de jaren vijftig van de vorige eeuw 600 dodelijke slachtoffers per jaar veroorzaakte. Het aantal patiënten in Nederland werd geschat op 100.000.

Met het afnemen van de tuberculose- problematiek werd het belang van dit probleem steeds groter. Daarbij kwam dat in 1948 Bronkhorst tot eerste hoogleraar longziekten werd benoemd aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarmee oversteeg het vak van longarts dat van tuberculosearts. De laatste had een opleiding genoten van één jaar interne geneeskunde, en vier jaar stage in een sanatorium. De longarts nieuwe stijl werd drie jaar opgeleid in de interne kliniek en slechts één jaar in het sanatorium.

Theorieën rondom astma

Over de pathogenese (ziekteproces) en pathofysiologie (functie van de zieke organen) van astma bestond een aantal theorieën zoals:

  • de infectieuze theorie:
    veel doorgemaakte luchtweg infecties leidt tot astma;
  • de allergische theorie:
    astma is een gevolg van een aangeboren allergie van de luchtwegen;
  • de psychosomatische theorie:
    astma is een gevolg ofwel van ‘rejectie door de moeder’, ofwel van een ‘moederlijke overprotectie’. Beide konden met psychoanalyse en groepstherapie behandeld worden;
  • de endocriene theorie:
    astma-aanvallen konden met adrenaline en met ACTH-injecties worden behandeld en was daarom een gevolg van een endocriene stoornis.

De Astma sigaret

Een astmasigaret is een sigaret gemaakt van gedroogde bladeren van doornappel. De bladeren bevatten atropine, een stofje dat de luchtwegen doet verwijden, dit gaf de patiënten meer verlichting. Hierdoor hadden astmapatiënten minder last van een benauwd gevoel. Dit werd voor een lange tijd gebruikt als een medicijn tegen astma.

Stukje geschiedenis: Astmasigaretten

Het was voornamelijk symptoom bestrijdend men wist wel dat dit de astma niet deed genezen. Alleen zijn doornappelbladeren giftig en kunnen in sommige seizoenen zelfs dodelijk zijn. Bovendien zorgt een te grote hoeveelheid voor een sterk hallucinerende werking.

Rond de jaren ’40 van de twintigste eeuw werden astmasigaretten van de markt gehaald, omdat ze veel meer bijwerken bevatten dan tot dan toe gedacht werd. Zo leidde het gebruik van de astmasigaretten onder andere tot hartkloppingen.

CARA the dutch hypothesis

Het concept van cara (chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen) wordt toegeschreven aan professor Orie, die in 1955 was benoemd tot hoog- leraar longziekten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Orie kan zeker de grondlegger van dit concept genoemd worden. Hij was er dusdanig mee vergroeid dat hij zelfs zijn hond de naam cara gaf! De naam werd echter in 1960 bedacht door Roosenburg, longarts in het gemeenteziekenhuis te Den Haag.

1961

De term ‘Dutch hypothesis’ werd in 1961 gelanceerd door professor Flet- cher op het eerste Bronchitissymposium in Groningen. Deze hypothese stelde dat het hebben van een chronische aspecifieke respiratoire aandoening het gevolg was van een erfelijke aanleg en van expositie aan uitlokkende factoren.

Dit leidde tot astma in de vroege jeugd, en chronische bronchitis en emfyseem op latere leeftijd (tegenwoordig veelal met de Engelse term COPD (chronic obstructive pulmonary disease) aangeduid). Het heeft volgens de opstellers van deze hypothese daarom geen zin een onderscheid te maken tussen de diagnose astma en COPD, omdat hiermee de gemeenschappelijke oorsprong ontkend zou worden en dit onderscheid bovendien kunstmatig zou zijn. De Britse onderzoekers waren (en zijn) van mening dat astma en COPD twee gescheiden entiteiten zijn.

Inspiratie 

Het lanceren van de ‘Dutch hypothesis’ heeft zeer veel Nederlandse en (in mindere mate) buitenlandse onderzoekers geïnspireerd tot het doen van cara-onderzoek. Maar ondanks dergelijk onderzoek is de hypothese nooit helemaal bewezen of verworpen. Dat is ook niet eenvoudig bij hypothesen over de ontwikkeling van een ziekte of aandoening gedurende het verloop van een mensenleven.

Men is er in Nederland van overtuigd geraakt dat het wel degelijk zinvol is een onderscheid te maken tussen astma en COPD gezien de verschillen in pathofysiologie en het feit dat deze patiënten verschillend behandeld moeten worden. De term cara is ook nooit geïntroduceerd als een diagnose, maar meer als een overkoepelende term voor luchtwegaandoeningen.

Het probleem is echter dat in de praktijk van alledag de term cara wel als diagnose gebruikt werd, wat vaak resulteerde in een uniforme behandeling van astma- en COPD-patiënten, vooral in de eerstelijns geneeskunde.

Heden ten dage

Deze ontwikkeling heeft ertoe geleid dat er nu voor de huidige behandeling van cara in de huisartsengeneeskunde onderscheid wordt gemaakt tussen astma en COPD. Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) heeft er bewust voor gekozen aparte standaarden voor de behandeling van astma en COPD te ontwikkelen.

Niet alleen verheldert dit de (voor huisartsen toch al vaak complexe) behandeling van astma en COPD, maar bovendien is dit veel meer in overeenstemming met recente (inter)nationale richtlijnen voor de behandeling van astma en COPD. (Bindels & Lammers, 2009, pp. 3-4)

Het aantal astmadoden is sinds 1972 sterk afgenomen door de introductie van de inhalatiecorticosteroïden. Als de beschikbare zorgmiddelen goed worden ingezet is sterfte aan astma vrijwel altijd vermijdbaar. Toch sterven er jaarlijks gemiddeld nog 186 mensen aan astma. (Long Alliantie Nederland :: Doel 5: 10% minder doden door astma en COPD, 2012)

Bronnen 

Geschreven door Longzusje Martine

Gepubliceerd op 19 januari 2021

0 reacties

Nog meer behind the post